ECLI:NL:CRVB:2014:3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvragen wegens niet vaststellen hoofdverblijf en ontbreken gevraagde gegevens
Appellant diende twee aanvragen om bijstand in bij het Drechtstedenbestuur, die werden afgewezen wegens het niet vaststellen van zijn hoofdverblijf en het niet overleggen van gevraagde bankafschriften binnen de hersteltermijn. Appellant was dakloos en onder behandeling voor psychische klachten, wat hem volgens hemzelf tot een kwetsbare persoon maakte die bijzondere bescherming verdient onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbanken verklaarden het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was zelfstandig een geslaagde aanvraag te doen of hulp te vragen. Ook werd geoordeeld dat de gevraagde bankafschriften noodzakelijk waren voor de vaststelling van het recht op bijstand en dat de inbreuk op zijn privacy niet onevenredig was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde van zijn onvermogen om zelfstandig een aanvraag te doen of hulp te vragen, en dat hij niet als kwetsbaar persoon in de zin van artikel 8 EVRM Pro kon worden aangemerkt. De Raad wees het beroep op artikel 8 EVRM Pro af en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvragen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens niet vastgestelde hoofdverblijf en het niet overleggen van gevraagde bankafschriften.