ECLI:NL:CRVB:2014:3560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens andere ziekteoorzaak
Appellant, werkzaam als assistent beheerder/kok, meldde zich in 2006 ziek vanwege een heupoperatie. Het UWV stelde in 2008 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. In 2010 meldde appellant zich ziek vanwege diabetes mellitus en verzocht om een WIA-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid.
Het UWV weigerde deze uitkering, stellende dat er geen toename van beperkingen was door dezelfde ziekteoorzaak. De verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep concludeerden na onderzoek dat de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit een andere oorzaak dan de eerdere heup-, rug- en hartproblemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Appellant bracht geen medische gegevens aan die het causale verband tussen eerdere en latere arbeidsongeschiktheid konden aantonen. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende bewijs leverde dat er geen oorzakelijk verband bestaat en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak.