ECLI:NL:CRVB:2014:3496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks Wsw-indicatie en aangepaste functionele mogelijkhedenlijst
Appellante, werkzaam als vulploegmedewerker, viel sinds 1 juli 2009 wegens ziekte uit. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering op 15 maart 2011 concludeerde het UWV op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waarna de uitkering werd geweigerd.
Na bezwaar en een deskundigenrapport van dr. Van Duijn, waarin een maximale belastbaarheid van 32 uur per week werd vastgesteld, stelde het UWV de functionele mogelijkhedenlijst (FML) bij. Uit aanvullend arbeidskundig onderzoek bleek de arbeidsongeschiktheid nog steeds onder de 35% te liggen.
Appellante voerde aan dat zij niet acht uur per dag kan werken en verwees naar een Wsw-indicatie met een beperking tot twintig uur per week. De Raad oordeelde echter dat de Wsw-indicatie geen directe betekenis heeft voor de WIA-uitkeringsvraag en dat het deskundigenrapport overtuigend en consistent is. Er was geen medische onderbouwing voor een strengere urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de aangepaste FML juist is en dat appellante niet op medische gronden ongeschikt is voor de voor haar aangewezen functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.