ECLI:NL:CRVB:2014:3406
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in bestuursrechtelijke zaak over schadevergoeding
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters Van der Kade, De Vries en Brand die zijn heropende bestuursrechtelijke zaak behandelen. Hij stelde dat de rechters niet onpartijdig zijn vanwege het achterwege laten van een inhoudelijke beoordeling van diverse verzoeken tot vaststelling van schending van artikel 6 EVRM Pro door de rechtbank en de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad heeft onderzocht of er objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat. Daarbij is overwogen dat eerdere uitspraken van dezelfde rechters in een zaak waarin verzoeker in het ongelijk is gesteld, geen reden zijn voor onpartijdigheidsvermoeden. Ook het feit dat niet alle argumenten afzonderlijk zijn behandeld en eerdere schadevergoedingsverzoeken zijn afgewezen, geeft geen aanleiding tot wraking.
Verder is toegelicht dat de procedurele werkwijze waarbij een meervoudige kamer een beperkte heropende zaak verwijst naar een enkelvoudige kamer gebruikelijk is, ook bij een verzoek om schadevergoeding. De Raad concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.