ECLI:NL:CRVB:2014:3356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand en terugvordering wegens niet verstrekken informatie erfenis
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en erfde na het overlijden van zijn vader in januari 2010 een erfenis die hij beneficiair aanvaardde. Het college legde hem op om de boedelbeschrijving te regelen en de erfenis te gelde te maken, maar appellant verstrekte onvoldoende informatie over de afwikkeling van de erfenis.
Het college trok de bijstand vanaf 1 april 2012 in en vorderde de bijstandskosten terug over de periode van 16 januari 2010 tot 31 maart 2012 wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel alle relevante informatie had verstrekt.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht omdat hij het college niet informeerde over de uitkomst van de erfenisprocedure. Hierdoor was het college bevoegd de bijstand terug te vorderen vanaf de datum van overlijden van de vader. Echter was het college niet bevoegd de bijstand over de periode van 16 januari 2012 tot 31 maart 2012 in te trekken. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de intrekking over die periode betrof, herroept het intrekkingsbesluit en handhaaft de terugvordering op andere grond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over 16 januari 2010 tot 31 maart 2012 wordt vernietigd, terugvordering blijft gehandhaafd op andere grond.