ECLI:NL:CRVB:2014:3336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en beperkingen bij weigering WIA-uitkering wegens ziekte van Crohn
Appellant, lijdend aan de ziekte van Crohn en de ziekte van Behcet, werd door het UWV met ingang van 16 februari 2012 als minder dan 35% arbeidsongeschikt beoordeeld, waardoor zijn WGA-loonaanvullingsuitkering werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn, met name vanwege frequent toiletbezoek. Hij verzocht om benoeming van een deskundige. Het UWV handhaafde haar standpunt en vroeg bevestiging van de eerdere uitspraak.
De Raad concludeerde dat de medische gegevens geen aanleiding geven te twijfelen aan de beoordeling van het UWV. De verzekeringsartsen hielden rekening met de wisselende aard van de ziekte en gingen uit van afwezigheid van ontstekingsactiviteit op de peildatum. Appellant leverde geen aanvullende medische gegevens die de beoordeling konden ondermijnen.
Ook werd geoordeeld dat de geselecteerde functies voldoen aan de voorwaarden, waaronder nabijheid van een toilet, en dat de aard van de functies het mogelijk maakt het werk te onderbreken voor toiletbezoek. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.