ECLI:NL:CRVB:2014:3281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na medisch onderzoek door UWV
Appellant, werkzaam als medewerker financiële administratie, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering op basis van een medisch rapport, waarna appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellant dat zijn psychische beperkingen onvoldoende werden erkend, onderbouwd met een rapport van een GZ-psycholoog. Het UWV reageerde met een bezwaarverzekeringsartsrapport en nader onderzoek naar de functieomschrijving, die niet meer te achterhalen was. De Raad oordeelde dat de artsen voldoende kennis hadden van de functie en belasting van appellant, mede op basis van diens eigen uitgebreide beschrijving.
De Raad concludeerde dat de matig ernstige depressie en spanningsklachten van appellant per 23 april 2012 geen belemmering vormden voor werkhervatting. Latere rapporten waren niet relevant voor het besluit op die datum. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 23 april 2012.