ECLI:NL:CRVB:2014:3267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging verlaging bijstand wegens niet behouden proefplaatsing
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was verplicht een door het college aangeboden arbeidsinschakelingsvoorziening te gebruiken. Na een proefplaatsing bij een taxibedrijf, waarbij betrokkene meerdere keren te laat was en wisselende routes moest rijden, werd zijn bijstand met 100% voor twee maanden verlaagd wegens het niet behouden van deze proefplaats.
De rechtbank vernietigde dit besluit en matigde de verlaging tot 100% voor één maand, omdat de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid dit niet rechtvaardigden. Zowel het college als betrokkene stelden hoger beroep in tegen delen van deze uitspraak.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat betrokkene verwijtbaar heeft gehandeld, maar dat de verlaging van twee maanden te zwaar is. De Raad benadrukt dat de maatregel moet worden gematigd op grond van persoonlijke omstandigheden, de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid, zoals bepaald in artikel 18 WWB Pro. Het college heeft onvoldoende onderbouwd waarom een langere maatregel passend zou zijn.
De Raad wijst het hoger beroep van het college af en bevestigt de matiging van de bijstandsverlaging tot één maand met 100%. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand van betrokkene wordt met 100% verlaagd gedurende één maand, waarbij de langere maatregel wordt afgewezen.