ECLI:NL:CRVB:2014:313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na uitval wegens ziekte in 2008. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af omdat appellant niet verzekerd was. Na bezwaar werd appellant wel verzekerd geacht, maar werd de uitkering alsnog geweigerd omdat hij geschikt was voor de maatgevende arbeid en bij aanvang van de verzekering al volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens schending van hoor en wederhoor, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was. In hoger beroep betoogde appellant dat deze beoordeling tegenstrijdig was en wees op een Ziektewetuitkering vanaf februari 2009.
De Raad oordeelde dat volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering het recht op WIA-uitkering uitsluit en dat de toekenning van een Ziektewetuitkering dit niet verandert. De medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV was zorgvuldig en onderbouwd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het beroep af en bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering ontvangt wegens volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering.