ECLI:NL:CRVB:2014:3101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld buitenlands vermogen
Appellant en zijn ex-partner ontvingen bijstand op grond van de WWB. Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat betrokkene sinds 2007 een bankrekening in Marokko had met een aanzienlijk saldo dat niet was gemeld aan het bestuur. Hierdoor werd de inlichtingenverplichting geschonden.
Het bestuur trok de bijstand over de periode van 29 februari 2008 tot en met 26 juni 2008 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dat het tegoed op de buitenlandse bankrekening de grens van het vrij te laten vermogen overschreed, waardoor geen recht op bijstand bestond.
De Raad oordeelt dat de inlichtingenverplichting op beide partners rust en onbekendheid met het vermogen van de ander niet tot een ander oordeel leidt. Ook de bezwaren van appellant tegen de bevoegdheid tot terugvordering en de hoogte daarvan worden verworpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld buitenlands vermogen wordt bevestigd.