ECLI:NL:CRVB:2014:3052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAZ-uitkering wegens negatief inkomen uit eigen bedrijf
Appellant ontving een subsidie voor het beëindigen van zijn varkenshouderij en startte een paardenhouderij en boomkwekerij. Hij vroeg een WAZ-uitkering aan met een arbeidsongeschiktheidsdatum in 2002, die met ingang van 2003 werd toegekend.
Het UWV weigerde later de uitkering wegens negatief inkomen uit eigen bedrijf in het refertejaar 2001 en stopte de uitkering per 1 december 2006. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de intrekking betrof.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het maatmaninkomen terecht op nihil was gesteld, omdat de fiscale winstopgave door de fiscus was geaccepteerd en geen bijzondere omstandigheden waren die hiervan afweken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan en het UWV de fout rechtmatig herstelde.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAZ-uitkering wegens negatief inkomen uit eigen bedrijf en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.