ECLI:NL:CRVB:2014:3006
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering na wijziging arbeidsovereenkomst in nulurencontract
Appellante was sinds 2007 in dienst bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Na de geboorte van haar dochter in 2011 werd haar contract in 2012 gewijzigd in een nulurenovereenkomst vanwege problemen met oppas en wisselende werktijden. Het UWV weigerde haar WW-uitkering omdat zij volgens hen verwijtbaar werkloos was geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij niet alle redelijke maatregelen had genomen om werkloosheid te voorkomen. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat er een acute noodzaak was om haar vaste dienstverband niet voort te zetten, omdat haar oppas plotseling stopte en reguliere kinderopvang niet mogelijk was.
De Raad beoordeelde dat de wijziging van het contract niet als ontslag kon worden gezien en dat appellante niet verwijtbaar werkloos was. Er waren zodanige bezwaren verbonden aan de voortzetting van haar arbeid in wisselende diensten dat dit niet van haar kon worden gevergd. Appellante had zich ingespannen om alternatieve oppas te vinden en ander werk met vaste werktijden, maar zonder succes.
De Raad draagt het UWV op het besluit te herzien en binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden en de bevindingen van de Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de WW-uitkering ten onrechte is geweigerd en draagt het UWV op het besluit te herzien.