ECLI:NL:CRVB:2014:3003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemeld Turks pensioen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1994 en appellant kreeg vanaf 2008 een Turks pensioen van circa €359 per maand. Het college ontdekte dit pensioen in 2011 en schortte de bijstand op. Later werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens niet-melding van het pensioen. Appellanten voerden aan dat appellant niet over het pensioen kon beschikken omdat het geld aan zijn broer moest worden terugbetaald en hij geen feitelijk voordeel had.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk redelijkerwijs over het pensioen kon beschikken, ook al had hij een civielrechtelijke verplichting aan zijn broer. Het feit dat een familielid gemachtigd was om het geld over te maken aan de broer deed hieraan niet af. Ook het feit dat appellant het pensioen moreel aan zijn broer wilde laten toekomen, verandert hier niets aan.
Verder stelde de Raad dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het pensioen niet te melden. Het feit dat appellant niet wist van de maandelijkse uitkeringen en dat het geld direct aan de broer werd betaald, leidt niet tot een ander oordeel of tot een dringende reden om af te zien van terugvordering.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat de terugvordering van € 22.074,76 terecht is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet-melding van het Turks pensioen.