ECLI:NL:CRVB:2014:2776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering bijstand in de vorm van geldlening
Betrokkene ontving sinds augustus 2010 bijstand op grond van de WWB, verstrekt als geldlening met een krediethypotheek op zijn woning. Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, trok de bijstand per 1 juli 2011 in en vorderde de kosten van die periode terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, maar vernietigde het besluit tot terugvordering over juli 2011, omdat zij oordeelde dat terugvordering alleen mogelijk is bij niet-nakoming van geldleningverplichtingen, niet op grond van de inlichtingenplicht.
De Raad stelt dat terugvordering ook mogelijk is wanneer achteraf blijkt dat bijstand ten onrechte is verleend, ook als deze in de vorm van een geldlening is verstrekt. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep slaagt en het vonnis wordt vernietigd. Het beroep tegen de terugvordering wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.