ECLI:NL:CRVB:2014:2660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op hulp bij organisatie huishouden wegens alcoholverslaving
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar geen hulp bij de organisatie van het huishouden te verlenen. Het college baseerde zijn standpunt op een rapportage van een Wmo-adviseur en een verklaring van een psychiatrisch verpleegkundige dat de alcoholverslaving van appellante stabiel was en haar huishoudelijke organisatievaardigheden niet belemmerden.
Appellante betwistte deze weergave en stelde dat haar situatie door de alcoholverslaving verre van stabiel was, met voortdurende terugvallen. De Raad constateerde dat het college geen zorgvuldige voorbereiding en motivering had gegeven, mede doordat verslagen van de gesprekken ontbraken en de rapportage onvoldoende concrete informatie bevatte.
De Raad hechtte meer waarde aan het door appellante overgelegde journaal van GGZ Bouman, waaruit bleek dat zij herhaaldelijk terugvallen kende en dat haar woning vervuild was, wat duidt op een behoefte aan hulp bij het huishouden. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellante vanaf 11 november 2009 recht heeft op hulp bij de organisatie van het huishouden.
Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierechten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 juli 2014.
Uitkomst: Appellante krijgt met ingang van 11 november 2009 recht op hulp bij de organisatie van het huishouden; schadevergoeding wordt afgewezen.