ECLI:NL:CRVB:2013:CA3761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende indicatie huishoudelijke verzorging vanwege nalaten onderzoek organisatie huishouden
Appellante, sinds 2002 alcoholverslaafd en geestelijk instabiel, kreeg huishoudelijke verzorging (HV) toegekend via een pgb. Na een aanvraag tot voortzetting van HV in 2009 wijzigde het college de indicatie en verlaagde de toegekende uren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het college de normtijden juist had toegepast en dat appellante onvoldoende objectieve gegevens had overlegd voor een verhoging.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het college ten onrechte geen tijd heeft geïndiceerd voor de organisatie van het huishouden, terwijl dit voorheen wel was toegekend en gelet op de medische situatie van appellante een onderzoek naar deze noodzaak had moeten plaatsvinden. Het college heeft daarmee gehandeld in strijd met de Awb-artikelen 3:2 en 7:12.
De Raad bevestigt dat appellante onvoldoende feiten heeft aangevoerd voor een verhoging van normtijden of uitbreiding van taken en onderschrijft het oordeel dat geen toepassing van de hardheidsclausule of artikel 4:84 Awb Pro aan de orde is. De Raad draagt het college op het gebrek in het besluit binnen zes weken te herstellen, inclusief het verzoek om schadevergoeding mee te wegen.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen door tijd te indiceren voor de organisatie van het huishouden en het verzoek om schadevergoeding te betrekken.