ECLI:NL:CRVB:2014:2430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand wegens onvoldoende financiële gegevens en schending inlichtingenverplichting
Betrokkene ontving bijstand tot november 2010, waarna haar uitkering werd herzien wegens een gezamenlijke huishouding met een partner. Na beëindiging vroeg zij opnieuw bijstand aan als alleenstaande, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet aannemelijk maakte dat de woonsituatie was gewijzigd.
De rechtbank vernietigde het besluit tot afwijzing en kende bijstand toe, stellende dat onvoldoende bewijs was voor een gezamenlijke huishouding. Het college voerde hoger beroep tegen dit oordeel, stellende dat betrokkene onvoldoende informatie over haar financiële situatie had verstrekt.
De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het bestreden besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering, maar dat zij niet zelf in de zaak mocht voorzien omdat ook de financiële situatie onvoldoende was onderbouwd. Betrokkene gaf wisselende en onvoldoende onderbouwde verklaringen over haar inkomsten en betalingen, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht had op bijstand.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover die zelf in de zaak voorzag en laat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand. De aanvraag is terecht afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting en onvoldoende bewijs van bijstandbehoefte.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende financiële gegevens en schending van de inlichtingenverplichting.