ECLI:NL:CRVB:2014:232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Werknemer was sinds november 2009 ziek gemeld en werkte gemiddeld 28 uur per week. Het UWV stelde bij besluit van oktober 2011 vast dat werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht. Na bezwaar wijzigde het UWV dit in januari 2012, stellende dat de werkgever onvoldoende had gedaan, maar geen loonsanctie werd opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en oordeelde dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren, onder meer vanwege te late inschakeling van een externe arbeidsdeskundige en het niet voldoende onderzoeken van herplaatsingsmogelijkheden. De werkgever ging in hoger beroep en handhaafde haar standpunt.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de werkgever te lang had ingezet op terugkeer in eigen werk en pas na anderhalf jaar een externe arbeidsdeskundige inschakelde. Er was onvoldoende bewijs dat de werkgever andere functies had aangeboden of adequaat had onderzocht. Ook het inzetten van het tweede spoor was te laat. Het beroep van de werkgever werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en wijst het hoger beroep af.