ECLI:NL:CRVB:2014:2251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaar koeriersbedrijf
Appellant heeft op 19 oktober 2011 een aanvraag ingediend voor een uitkering voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal voor zijn koeriersbedrijf op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft deze aanvraag afgewezen omdat het bedrijf niet levensvatbaar werd geacht, gebaseerd op een advies van IMK Intermediair B.V.
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en het college heeft het besluit gehandhaafd. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het advies van IMK onvoldoende en niet deugdelijk gemotiveerd was en dat het vertrouwensbeginsel geschonden zou zijn door positieve toezeggingen van medewerkers van de Dienst Werk en Inkomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht het advies van IMK als deskundige instantie heeft gevolgd en dat appellant geen objectieve gegevens heeft overgelegd die het tegendeel bewijzen. Verder is geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel, omdat geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand voor levensonderhoud en bedrijfskapitaal wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het koeriersbedrijf.