ECLI:NL:CRVB:2014:2168

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2014
Publicatiedatum
25 juni 2014
Zaaknummer
13-756 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 ZW
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beëindiging ZW-uitkering ondanks psychische klachten en lage GAF-score

Appellant, werkzaam als schoonmaker, kreeg vanaf 5 december 2009 een Ziektewetuitkering (ZW) na ziekmelding en het beëindigen van zijn dienstverband. Het UWV beëindigde deze uitkering per 9 augustus 2010 en kende hem later een WW-uitkering toe. Vanaf 22 oktober 2010 meldde appellant zich opnieuw ziek en ontving een voorschot op ZW-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van 19 december 2011 vast dat appellant vanaf die datum geen recht had op ZW-uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.

De rechtbank Alkmaar oordeelde dat het UWV op een deugdelijke medische grondslag handelde en dat appellant terecht geen ZW-uitkering ontving vanaf 22 oktober 2010. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met zijn lage GAF-score van 40, die volgens hem ernstige beperkingen door psychische klachten weerspiegelt.

De Raad overweegt dat een GAF-score slechts indicatief is voor het verloop van medische behandeling en niet maatgevend voor arbeidsongeschiktheid in het kader van de ZW. Uit psychiatrisch onderzoek bleek dat appellant leed aan een matige depressie zonder ernstige psychotische stoornis. De culturele achtergrond beïnvloedde de waarnemingen. Bij gebrek aan nadere medische gegevens betekent een GAF-score van 40 niet automatisch ongeschiktheid tot arbeid. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering per 22 oktober 2010.

Uitspraak

13/756 ZW
Datum uitspraak: 25 juni 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van
27 december 2012, 12/177 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. F. Westenberg, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Desgevraagd heeft het Uwv nadere stukken ingebracht, waarop namens appellant is gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Westenberg. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
W.H.M. Visser.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als schoonmaker voor 40 uur per week. Voor deze werkzaamheden heeft appellant zich ziek gemeld, waarna hij, in verband met het eindigen van zijn dienstverband, met ingang van 5 december 2009 in aanmerking is gebracht voor een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het Uwv deze ZW-uitkering beëindigd met ingang van 9 augustus 2010.
1.2. Appellant is vervolgens in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) voor de periode van 9 augustus 2010 tot 8 april 2011.
1.3. Op 30 mei 2011 heeft appellant zich met ingang van 22 oktober 2010 ziek gemeld, waarop het Uwv hem op voorschotbasis een ZW-uitkering heeft toegekend.
1.4. Bij besluit van 19 december 2011 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant met ingang van 22 oktober 2010 geen recht heeft op een ZW-uitkering. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 17 juli 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard. Onder verwijzing naar een rapport van een bezwaarverzekeringsarts heeft het Uwv geen aanleiding gezien om appellant op of na 22 oktober 2010 als arbeidsongeschikt in de zin van de ZW aan te merken.
2.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep nog van belang, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank berust het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag en heeft het Uwv appellant terecht met ingang van
22 oktober 2010 geen ZW-uitkering toegekend.
3.1.
Ter zitting heeft appellant zijn gronden in hoger beroep beperkt tot de overwegingen van de rechtbank over het bestreden besluit. Volgens appellant heeft de rechtbank onvoldoende en ook een onjuiste betekenis gehecht aan het feit dat ten aanzien van appellant een GAF-score was vastgesteld van 40. Het standpunt van een bezwaarverzekeringsarts, zoals weergegeven in de uitspraak van de Raad van 30 november 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BU6601) dat een lage GAF-score niet automatisch een ernstige diagnose en beperkingen inhoudt, omdat de GAF-score ook niet medische ingrediënten zou bevatten, is volgens appellant onjuist.
Niet-medische factoren mogen juist niet meegenomen worden bij het bepalen van de
GAF-score. Volgens appellant staat vast dat hij met een GAF-score van 40 ernstige beperkingen ondervindt in het sociaal functioneren als gevolg van psychische klachten en dat hij als gevolg van deze psychische klachten niet in staat is zijn arbeid te verrichten.
3.2.
Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
In hoger beroep is alleen aan de orde of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Uwv appellant op juiste gronden een ZW-uitkering heeft ontzegd met ingang van
22 oktober 2010 en in dat verband of in voldoende mate rekening is gehouden met de psychische gesteldheid van appellant.
4.2.
Het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit en de overwegingen die tot dit oordeel hebben geleid, worden onderschreven. Ook in hoger beroep heeft appellant zijn stelling, dat zijn belastbaarheid is overschat, niet met nieuwe medische gegevens toegelicht. Hierin kan dan ook geen aanleiding zijn gelegen voor een ander oordeel. Hieraan wordt nog het volgende toegevoegd.
4.3.
Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen dient een GAF-score als indicatie bij het beoordelen van het verloop van een medische behandeling en niet ter vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de arbeidsongeschiktheidswetten. Ingevolge artikel 19 van Pro de ZW is hiervoor maatgevend of de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid een rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg is van ziekte of gebreken. Uit de brief van 5 juli 2011 blijkt dat, hoewel aanvankelijk werd gedacht aan een psychotische stoornis, nader psychiatrisch onderzoek heeft uitgewezen dat er bij appellant sprake is van een depressie, matig. De “mogelijk psychotisch aandoende waarnemingen” worden in deze brief als cultureel bepaald gezien. Mede op grond van deze waarnemingen is de GAF-score van 40 vastgesteld. Zoals de Raad ook in de door appellant genoemde uitspraak heeft geoordeeld, zijn culturele aspecten geen argument om meer of minder beperkingen aan te nemen. Tegen deze achtergrond, en bij gebreke aan nadere medische informatie, betekent een GAF-score van 40 niet dat appellant ongeschikt is om zijn arbeid te verrichtten. Voor het inschakelen van een deskundige bestaat dan ook geen aanleiding.
4.4.
Gelet op hetgeen onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen, slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd voor zover aangevochten.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en
C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2014.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) G.J. van Gendt

QH