ECLI:NL:CRVB:2014:2168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering ondanks psychische klachten en lage GAF-score
Appellant, werkzaam als schoonmaker, kreeg vanaf 5 december 2009 een Ziektewetuitkering (ZW) na ziekmelding en het beëindigen van zijn dienstverband. Het UWV beëindigde deze uitkering per 9 augustus 2010 en kende hem later een WW-uitkering toe. Vanaf 22 oktober 2010 meldde appellant zich opnieuw ziek en ontving een voorschot op ZW-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van 19 december 2011 vast dat appellant vanaf die datum geen recht had op ZW-uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Alkmaar oordeelde dat het UWV op een deugdelijke medische grondslag handelde en dat appellant terecht geen ZW-uitkering ontving vanaf 22 oktober 2010. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met zijn lage GAF-score van 40, die volgens hem ernstige beperkingen door psychische klachten weerspiegelt.
De Raad overweegt dat een GAF-score slechts indicatief is voor het verloop van medische behandeling en niet maatgevend voor arbeidsongeschiktheid in het kader van de ZW. Uit psychiatrisch onderzoek bleek dat appellant leed aan een matige depressie zonder ernstige psychotische stoornis. De culturele achtergrond beïnvloedde de waarnemingen. Bij gebrek aan nadere medische gegevens betekent een GAF-score van 40 niet automatisch ongeschiktheid tot arbeid. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering per 22 oktober 2010.