Uitspraak
Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.P.M. Schenkels en M. Bochalatti. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.V. van Ophem, advocaat, en
OVERWEGINGEN
BESLISSING
griffierecht;
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat centraal of de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid terecht voorschotten heeft teruggevorderd van het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden over de vergoedingsjaren 2007 en 2008. Het geschil betreft de rechtmatigheid van de besteding van voorschotten aan reïntegratiebureaus en de uitvoeringspraktijk waarbij verantwoording pas in het laatste contractjaar wordt afgelegd.
De rechtbank had het beroep van het college gegrond verklaard en het terugvorderingsbedrag voor 2007 op nihil gesteld, stellende dat sprake was van een geaccepteerde uitvoeringspraktijk zoals eerder door de Raad was vastgesteld in een uitspraak van 6 juli 2010. De Staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat voor contracten gesloten vóór 22 juni 2005 sprake is van een geaccepteerde uitvoeringspraktijk die niet tijdig kon worden aangepast, waardoor terugvordering niet mogelijk is. Voor contracten gesloten tussen 22 juni 2005 en 27 juli 2007 geldt dit niet, omdat de Staatssecretaris toen een strikte benadering mocht hanteren. Het college had de uitvoeringspraktijk pas na 11 juni 2007 aangepast, wat voor zijn risico komt. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en het bestreden besluit en draagt de Staatssecretaris op opnieuw te beslissen, met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde beslissing.