ECLI:NL:CRVB:2014:2116
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- R.M. van Male
- M.F. Wagner
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering verhuiskostenvergoeding op grond van Wmo
Appellant woonde na zijn detentie bij zijn zoon en vroeg een verhuiskostenvergoeding aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vanwege problemen met traplopen. Het college wees de aanvraag af omdat de verhuiskosten volgens hen algemeen gebruikelijk waren, aangezien de verhuizing het gevolg was van het verlies van zijn woning door detentie.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verhuizing niet voortkwam uit medische noodzaak maar uit het ontbreken van zelfstandige woonruimte na detentie. Appellant stelde in hoger beroep dat er wel degelijk sprake was van medische noodzaak en dat de woning voor detentie ook niet voldeed.
De Raad oordeelt dat het college ten onrechte de verhuiskosten als algemeen gebruikelijk heeft aangemerkt, omdat appellant ten tijde van de aanvraag niet meer gedetineerd was maar bij zijn zoon woonde. Het college had moeten onderzoeken welke belemmeringen appellant ondervond door zijn beperkingen en welke voorzieningen daarvoor passend zijn.
Omdat de Raad onvoldoende gegevens heeft om zelf te beslissen, draagt zij het college op binnen zes weken het besluit te herstellen door de relevante beperkingen en belemmeringen te onderzoeken en op basis daarvan een nieuwe beslissing te nemen over de voorziening en eventuele verhuiskostenvergoeding.
Deze tussenuitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 juni 2014.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen door onderzoek naar beperkingen en voorzieningen.