ECLI:NL:CRVB:2014:2064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording
Appellant ontving voor 2009 een persoonsgebonden budget (pgb) van €16.981,89. Het Zorgkantoor stelde dit bij besluit van 27 mei 2010 vast op €14.175,77 vanwege onvoldoende verantwoording en vorderde €2.551,39 terug. Appellant voerde bezwaar aan, stellende dat hij aan alle voorwaarden had voldaan en dat administratieve tekortkomingen te wijten waren aan een tussenpersoon.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van daadwerkelijke besteding van het pgb in de periode van 19 november tot en met 31 december 2009. Declaraties, urenoverzichten en bewijs van betaling ontbraken, en de kwitanties en zorgovereenkomst boden geen zekerheid over verleende zorg.
De Raad stelde vast dat de administratieve tekortkomingen, ook al zouden die door de tussenpersoon zijn veroorzaakt, voor rekening van appellant komen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.