ECLI:NL:CRVB:2014:2049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens korting op grond van raadsvergoeding en loon
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de WAO-uitkering niet langer uit te betalen vanwege ontvangen inkomsten uit WSW-arbeid en een vergoeding voor het lidmaatschap van de gemeenteraad. Het UWV paste artikel 44 van Pro de WAO toe, waardoor met ingang van 1 januari 2007 geen WAO-uitkering meer werd uitbetaald.
Na een melding van appellant dat hij 70% van zijn loon ontving wegens ziekte, heeft het UWV aanvankelijk weer gedeeltelijk uitbetaald, maar later bij besluit van 12 april 2012 de uitbetaling stopgezet en het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond en verwees naar eerdere uitspraken waarin werd bepaald dat de raadsvergoeding als inkomsten uit arbeid moet worden betrokken bij de korting.
In hoger beroep herhaalt appellant zijn standpunten, maar de Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en wijst het beroep af. De Raad benadrukt dat de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid geen uitzondering maakt voor de raadsvergoeding en dat de vermeende discriminatiegrond reeds eerder is verworpen. Het beroep op verschillende leden van artikel 44 WAO Pro kan appellant niet baten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de raadsvergoeding als inkomsten uit arbeid moet worden betrokken bij de korting op de WAO-uitkering, waardoor geen uitbetaling plaatsvindt.