ECLI:NL:CRVB:2010:BO6400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting op WAO-uitkering bij inkomsten uit WSW-arbeid tijdens ziekte
De zaak betreft het hoger beroep van appellanten tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over de korting op de WAO-uitkering van de heer Van [G.], die sinds 1986 een WAO-uitkering ontving en sinds 1986 in dienst was bij een WSW-werkgever. Na ziekte-uitval per 1 juli 2006 werd zijn WAO-uitkering vastgesteld op 55-65% arbeidsongeschiktheid, terwijl zijn loonuitbetaling door de werkgever in het tweede ziektejaar was gedaald van 100% naar 70%.
Appellanten verzochten compensatie van deze inkomensachteruitgang via een verhoging van de WAO-uitkering. Het UWV wees dit af op grond van wettelijke bepalingen, met name artikel 4 van Pro de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid, dat voorschrijft dat bij de korting op de WAO-uitkering moet worden uitgegaan van het volle loon alsof dit volledig is uitbetaald.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de korting heeft berekend op basis van het volle loon, waardoor het totale inkomen (loon plus WAO-uitkering) ten minste gelijk blijft aan het volle bedrag van de ongekorte WAO-uitkering. Ook het argument dat er sprake zou zijn van ongerechtvaardigde benadeling ten opzichte van werknemers met een regulier dienstverband werd verworpen, mede omdat de WSW-werkgever subsidie ontvangt die niet wegvalt bij ziekte.
De Centrale Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de WAO-uitkering wordt bevestigd zoals berekend door het UWV.