ECLI:NL:CRVB:2014:1994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig te laat beslissen UWV over WAO-uitkering
Appellant ontving vanaf 2003 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten, die in 2003 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na ziekmelding in 2006 ontving appellant een Ziektewet-uitkering voor klachten van andere aard. Pas in 2008 werd een WAO-uitkering toegekend met terugwerkende kracht vanaf 2006.
Appellant stelde het UWV aansprakelijk wegens onrechtmatig te laat beslissen, met een schadeclaim van ruim €192.000. Het UWV wees dit af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellant pas in 2008 psychische klachten aan het UWV had gemeld, niet eerder tijdens de Ziektewet-periode.
De Raad oordeelde dat het UWV niet onrechtmatig te laat had beslist omdat er geen aanwijzingen waren dat het UWV eerder had moeten weten van de toegenomen arbeidsongeschiktheid. Ook is geen sprake van een verplichting tot eigenstandig onderzoek naar toepassing van artikel 43a WAO zonder aanvraag van appellant.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatig te laat beslissen door het UWV wordt afgewezen.