ECLI:NL:CRVB:2011:BU6829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum WAO-uitkering en beoordeling geschiktheid functies bij psychische klachten
Appellant ontving een WAO-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van september 2004 tot september 2005 en hervatte daarna zijn werkzaamheden. In februari 2007 viel hij opnieuw uit met psychische klachten en vroeg in november 2008 een WIA-uitkering aan. Het Uwv kende hem een WGA-uitkering toe met ingang van februari 2009, maar wijzigde dit na bezwaar in een WAO-uitkering met ingang van november 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vond de medische en arbeidskundige rapportages voldoende onderbouwing voor de vastgestelde beperkingen en geschiktheid van functies. Appellant stelde in hoger beroep dat de ingangsdatum onjuist was en dat zijn psychische beperkingen werden onderschat, en dat de functies te statisch belastend waren.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 43a van de WAO de toekenning van de WAO-uitkering op aanvraag plaatsvindt en dat de ingangsdatum niet eerder kan zijn dan één jaar voor de aanvraag, tenzij sprake is van een bijzonder geval, wat hier niet is vastgesteld. De medische rapportages en het arbeidskundig onderzoek ondersteunen dat de beperkingen niet zijn onderschat en dat de functies van wikkelaar en samensteller geschikt zijn, ondanks de statische belasting.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ingangsdatum van de WAO-uitkering op 6 november 2007 en de geschiktheid van de functies voor appellant.