ECLI:NL:CRVB:2014:1968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens handel in pups en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding dat zij pups te koop aanbood via marktplaats.nl, stelde het college een onderzoek in. Dit leidde tot de constatering dat appellante in ruim een jaar tijd dertig pups had gekregen en deze via advertenties te koop had aangeboden, terwijl zij stelde de pups te hebben weggegeven.
Het college trok de bijstand per 23 januari 2012 in vanwege schending van de inlichtingenplicht, omdat appellante de inkomsten uit de verkoop niet had gemeld en geen administratie bijhield. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat incidentele verkoop van privégoederen niet als inkomen geldt, maar de verkoop van pups niet onder deze uitzondering valt. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen geld heeft ontvangen en kon het ontbreken van een administratie niet compenseren. Het college was daarom bevoegd de bijstand in te trekken.
De Raad wees ook op vaste jurisprudentie dat kosten voor het verzorgen van de honden niet mogen worden verrekend met het inkomen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenplicht en het ontbreken van een deugdelijke administratie.