ECLI:NL:CRVB:2014:1812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zelfstandigenstatus en afwijzing bijstandsaanvraag op grond van Bbz 2004
Appellante ontving sinds 2008 bijstand en een WW-uitkering. Vanaf januari 2010 verrichtte zij freelance werkzaamheden als docent creatief dans en theater. Het college trok haar bijstand in en vorderde terugbetaling wegens onvoldoende verrekening van deze inkomsten met de bijstand. Appellante voerde aan minder dan 1.225 uur te hebben gewerkt en betwistte haar zelfstandigenstatus.
De Raad beoordeelde dat acquisitie, voorbereiding en administratie als normale zelfstandige activiteiten meetellen bij het urencriterium. Appellante had zelf een schatting gegeven die het vereiste aantal van 1.225 uren ruimschoots overschreed. Haar belastingaangifte waarin zij zelfstandigenaftrek claimde, werd niet gehonoreerd, maar dit deed niet af aan haar urenopgave.
De Raad concludeerde dat appellante aan het urencriterium voldoet en derhalve als zelfstandige moet worden aangemerkt volgens het Bbz 2004. Hierdoor heeft zij geen recht op bijstand op grond van de WWB. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante zelfstandige is volgens het Bbz 2004 en wijst haar bijstandsaanvraag af.