ECLI:NL:CRVB:2014:1723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en loongerelateerde WIA-uitkering na maximale uitkeringsperiode
Appellante heeft een loongerelateerde WIA-uitkering ontvangen die eindigde op 10 april 2011. Na bezwaar en herbeoordeling is haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 18,65%, wat onvoldoende is voor een loonaanvullingsuitkering volgens de Wet WIA. De rechtbank had eerder het bezwaar ongegrond verklaard, maar het besluit vernietigd vanwege procedurele redenen.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen onderschat waren en dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen, onderbouwd met medische rapporten die een maximale arbeidsduur van 20 uur per week adviseerden. De Raad heeft echter geoordeeld dat deze medische opinie niet wordt ondersteund door andere medische gegevens, waaronder een brief van de behandelend reumatoloog.
De Raad heeft het beroep tegen het besluit van 6 mei 2013 (herbeoordeling) ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer heeft bij het oorspronkelijke toekenningsbesluit. Ook het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar is ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.