Uitspraak
OVERWEGINGEN
18 maart 2009, heeft ontvangen, zodat van melding aan zijn coach van dit bedrag geen sprake kan zijn.
19 december 2006, slaagt niet omdat, gelet op het ontbreken van informatie over de afhandeling van de erfenis en omdat geen volledig inzicht van de bankrekeningen van appellant is verkregen, evenmin kan worden vastgesteld dat dit een eerste voorschot is geweest. Dit betekent dat het recht op bijstand van appellant over de gehele te beoordelen periode niet kan worden vastgesteld, zodat het dagelijks bestuur in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om het recht op bijstand met ingang van 28 juni 2002 met toepassing van artikel 54, derde lid, onder a, van de WWB in te trekken. Het beroep dat appellant nog heeft gedaan op het in de rapportage van 30 november 2010 neergelegde standpunt van het dagelijks bestuur, op welk standpunt hij mocht vertrouwen en dat inhield dat de bijstand niet kon worden ingetrokken, faalt. Dit rapport is immers opgemaakt nog voordat het dagelijks bestuur kennis heeft kunnen nemen van de ontvangst van twee voorschotten op de erfenis.