ECLI:NL:CRVB:2014:1675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten en kosten van een babyuitzet, nadat zij verhuisde vanwege traumatisering door mishandeling in haar vorige woning. Het college wees de aanvragen af omdat verhuis- en inrichtingskosten als algemeen noodzakelijke kosten worden gezien die uit eigen middelen moeten worden betaald, en bijzondere bijstand voor babyuitzet alleen geldt bij het eerste kind.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de babyuitzet wegens motiveringsgebrek, maar ongegrond voor de verhuis- en inrichtingskosten. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep. Hoewel appellante traumatisering en behandeling bij een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige aanvoert, is de verhuizing sinds 2006 voorzienbaar omdat de woning te klein was. Zij had dus tijd om te reserveren voor de kosten.
De Raad acht de toekenning van een schadefondsuitkering achteraf onvoldoende om bijzondere omstandigheden aan te nemen. Er was geen acute noodzaak tot verhuizen in april 2012. Daarom is er geen recht op bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.