ECLI:NL:CRVB:2014:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, die later werd ingetrokken en teruggevorderd vanwege vermoedens dat hij zijn bedrijfsactiviteiten inzake gordijnmaken niet had gestaakt, kamers verhuurde en buitenlandse reizen maakte zonder toestemming te vragen.
De sociale recherche voerde uitgebreid onderzoek uit, waaronder internetonderzoek, financieel onderzoek en een huiszoeking, waarbij bewijs werd gevonden van voortgezette bedrijfsactiviteiten, kamerverhuur en buitenlandse reizen. Appellant ontkende deze activiteiten en stelde dat hij geen inkomsten had genoten en dat hij toestemming had voor zijn reizen.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden dat hij zijn bedrijf voortzette, kamers verhuurde en buitenlandse reizen maakte. Tevens was appellant niet geslaagd in de bewijslast dat hij recht op bijstand had gehad indien hij wel aan de inlichtingenverplichting had voldaan.
De Raad verwierp het beroep wegens onvoldoende bewijs en bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand. Verjaring werd niet aangenomen omdat het college pas in 2011 op de hoogte was van de feiten die tot terugvordering leidden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.