ECLI:NL:CRVB:2014:1614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant, geboren in 1993, vroeg op 22 juni 2011 een Wajong-uitkering aan vanwege een lichte verstandelijke handicap en gedragsproblemen. De verzekeringsarts stelde vast dat appellant beperkt is op psychisch en mentaal vlak, maar in staat is eenvoudig en gestructureerd werk te verrichten met enige begeleiding. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant op basis van zijn resterende verdiencapaciteit 0% arbeidsongeschikt was.
Het UWV weigerde daarom op 13 september 2011 de uitkering, omdat appellant minimaal 75% van het wettelijk minimumjeugdloon kon verdienen. In bezwaar en daarna bij de rechtbank werd dit besluit bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn klachten onvoldoende waren onderkend en dat hij de geduide functies niet kon verrichten, met steun van diverse medische rapporten.
De Raad oordeelde dat de aanvullende medische gegevens geen aanleiding gaven om de beperkingen anders te beoordelen dan door het UWV was vastgesteld. De psychische problematiek was onderkend en verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies passend waren, werd onderschreven. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant minimaal 75% van het wettelijk minimumjeugdloon kan verdienen.