ECLI:NL:CRVB:2014:1374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing pgb-verantwoording wegens onvoldoende bewijs betaling zorgverlener
Het Zorgkantoor kende appellant een persoonsgebonden budget (pgb) toe voor 2010, gebaseerd op een indicatie voor begeleiding. Na een intensieve controle werden de aanvankelijk geaccepteerde verantwoordingsbedragen afgewezen wegens onvolledige zorgovereenkomsten en onvoldoende betalingsbewijzen. Het Zorgkantoor stelde het pgb definitief vast op nihil en vorderde het volledige bedrag terug.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de oude zorgovereenkomst was vervangen door een nieuwe en dat betalingen met kwitanties en bankafschriften waren aangetoond. De Raad oordeelde echter dat de zorgovereenkomst onvolledig en geantedateerd was en dat de bankafschriften onvoldoende bewijs vormden dat de contante opnamen waren gebruikt voor de geïndiceerde zorg.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant geen toereikende verantwoording had geleverd over het gebruik van het pgb. Daarnaast werd opgemerkt dat de procedure van het Zorgkantoor met meerdere verantwoordingsbeschikkingen onduidelijkheid kan veroorzaken voor budgethouders. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb voor 2010 definitief vastgesteld op nihil met terugvordering van het toegekende bedrag.