ECLI:NL:RBMNE:2016:2756
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verantwoordingsbeschikkingen pgb en afgekeurde bedragen door zorgkantoor
Eiseres ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg, waarvoor zij verantwoording moest afleggen. Verweerder, het zorgkantoor, keurde meerdere verantwoordingsbedragen af wegens niet ontvangen zorg en niet-girale betalingen. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat werd afgewezen.
De rechtbank stelde vast dat verantwoordingsbeschikkingen met afgekeurde bedragen als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten worden aangemerkt, omdat zij een rechtsoordeel bevatten over de naleving van pgb-verplichtingen. De rechtbank benadrukte dat het onevenredig bezwarend zou zijn om de subsidievaststelling aan het einde van het kalenderjaar af te wachten voor juridische toetsing.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat eiseres de pgb-verplichtingen niet is nagekomen, onder meer omdat de bewindvoerder de verantwoordingsformulieren ondertekende terwijl het bewind was opgeheven, en omdat betalingen contant waren gedaan in plaats van girale betaling. De verantwoordelijkheid voor het beheer van het pgb ligt bij de budgethouder, ook als dit is uitbesteed. De stellingen van eiseres dat zij geen verwijt treft en dat betalingen buiten haar medeweten zijn gedaan, konden niet tot een ander oordeel leiden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiseres civielrechtelijk haar bewindvoerder of zorgverlener kan aanspreken indien zij meent dat hun taak niet goed is uitgevoerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afgekeurde pgb-bedragen wordt ongegrond verklaard.