ECLI:NL:CRVB:2014:1371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening, intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontvangt sinds 1996 bijstand als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een anonieme melding over een nagelstudio aan huis en luxe levensstijl startte de gemeente Eindhoven een onderzoek. Dit leidde tot herziening en intrekking van bijstand over de periodes 1 juni 2007 tot 6 augustus 2009 en 7 augustus 2009 tot 2 mei 2011, met terugvordering van €35.897,53 wegens niet opgegeven inkomsten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar strafrechtelijke verklaring onrechtmatig was verkregen omdat zij zonder raadsman was verhoord, wat zou schenden artikel 6, derde lid, EVRM. De Raad oordeelde echter dat het bestuursrechtelijk onderzoek geen strafrechtelijke waarborgen vereist en dat het gebruik van de verklaring niet ontoelaatbaar was.
Verder stelde appellante dat de inkomsten uit nagelverzorging beperkt waren tot vriendinnen en slechts onkostenvergoedingen betroffen. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat de werkzaamheden professioneel en structureel waren, met regelmatige betalingen, en dat appellante de inkomsten niet had gemeld.
Ten slotte onderschreef de Raad het oordeel dat ook de inkomsten uit kledinghandel niet waren opgegeven, waardoor het recht op bijstand voor die periode niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.