ECLI:NL:CRVB:2014:1148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens ontbreken procesbelang bij verzoek maatschappelijke opvang Wmo
Appellanten, waaronder een vrouw met een verleden van gedwongen prostitutie en haar minderjarige kind, verzochten het college van burgemeester en wethouders van Emmen om toelating tot maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college wees dit af omdat zij niet rechtmatig in Nederland verblijven en opvang kunnen krijgen via het COA.
De rechtbank oordeelde dat appellanten geen aanspraak kunnen maken op maatschappelijke opvang, maar wel recht hebben op bescherming van hun privé- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelde een voorlopige voorziening in waarbij appellanten tijdelijk opvang kregen in de vorm van een maandelijkse bijdrage voor hun huur en leefgeld.
In hoger beroep stelden appellanten dat zij in hun huidige woning wilden blijven en niet wilden verhuizen naar een andere opvanglocatie. De Raad stelde vast dat appellanten reeds opvang ontvingen via een maandelijkse bijdrage en dat het college deze opvang zou voortzetten totdat een andere geschikte opvang gevonden is. Gelet hierop concludeerde de Raad dat appellanten geen procesbelang meer hebben om het hoger beroep voort te zetten en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.