ECLI:NL:CRVB:2014:1100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag brandweerman wegens plichtsverzuim en betrokkenheid hennepplantage
Betrokkene, werkzaam als brandweerman, werd geconfronteerd met een hennepplantage in de benedenwoning van zijn pand. Hoewel hij strafrechtelijk werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs, stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat hij plichtsverzuim had gepleegd door niet op te treden tegen de aanwezigheid van de plantage. Dit plichtsverzuim, gecombineerd met een onterechte ziekmelding, rechtvaardigde het onvoorwaardelijk ontslag.
De Raad benadrukte dat in het ambtenarentuchtrecht minder strenge bewijsregels gelden dan in het strafrecht; overtuiging op basis van beschikbare gegevens is voldoende. Betrokkene kon niet aannemelijk maken dat hij niet op de hoogte was van de hennepplantage, noch kon hij ontlastende omstandigheden aandragen. Zijn beroep op onderverhuur aan een derde werd niet geloofd vanwege het ontbreken van bewijs en tegenstrijdigheden.
Verder oordeelde de Raad dat toezeggingen omtrent terugkeer bij vrijspraak niet van toepassing waren, omdat de vrijspraak in de strafprocedure niet inhield dat betrokkene onschuldig was bevonden. De schorsing en het ontslagbesluit bleven daarmee rechtsgeldig. Het hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van de brandweerman wegens plichtsverzuim wordt bevestigd ondanks strafrechtelijke vrijspraak.