ECLI:NL:CRVB:2014:1081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek loskoppeling inkomen vader bij aanvullende beurs
Appellant verzocht bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om bij de vaststelling van de aanvullende beurs geen rekening te houden met het inkomen van zijn vader, een verzoek om loskoppeling. Dit verzoek werd bij besluit van 22 december 2011 afgewezen en na bezwaar bij besluit van 7 juni 2012 gehandhaafd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat appellant niet had aangetoond dat er sprake was van een fundamentele en structurele verstoring van de relatie tussen ouder en kind die loskoppeling rechtvaardigt, zoals bij ernstig fysiek of geestelijk geweld. Appellant bracht in hoger beroep geen nieuwe gronden aan en ondersteunde zijn standpunt niet met onafhankelijke stukken.
De Raad overwoog dat ook uit stukken over een omgangsregeling tussen appellant en zijn vader geen structureel conflict blijkt. Appellant maakte geen gebruik van de mogelijkheid om zijn mening over de omgangsregeling te geven, die door de rechtbank was vastgesteld. Daarom slaagde het hoger beroep niet en werd de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om loskoppeling van het inkomen van de vader bij de aanvullende beurs wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.