ECLI:NL:CRVB:2014:1009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijk verblijfplaats
Appellant diende op 24 januari 2012 een aanvraag om bijstand in, die aanvankelijk toegekend werd voor een beperkte periode. Later werd de bijstand stopgezet en een bezwaar tegen deze beslissing niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Vervolgens diende appellant een nieuwe aanvraag in, welke werd afgewezen omdat hij onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn woon- en verblijfplaats.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat hij het besluit niet had ontvangen en dat hij door gebrek aan inkomen niet altijd op het opgegeven adres kon verblijven. De Raad oordeelde dat het niet aannemelijk was dat appellant het besluit niet had ontvangen, mede gelet op verklaringen van een casemanager en het feit dat appellant een nieuwe aanvraag had ingediend.
Verder stelde de Raad dat ook daklozen controleerbare gegevens over hun verblijfplaats moeten verstrekken om in aanmerking te komen voor bijstand. Appellant had onvoldoende duidelijkheid verschaft over zijn verblijfplaats, waarmee hij zijn inlichtingenverplichting schond. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.