ECLI:NL:CRVB:2013:CA3756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot beëindiging van Ziektewetuitkering na rugblessure
Appellante was werkzaam als champignonplukster toen zij uitviel door een bedrijfsongeval waarbij zij twee ruggenwervels brak. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd geconcludeerd dat zij haar rug niet zwaar mag belasten, maar wel geschikt is voor haar eigen werk. Het UWV beëindigde daarom haar Ziektewetuitkering per 19 augustus 2010.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar belastbaarheid onjuist was ingeschat, onderbouwd met een expertiserapport van een orthopeed. De bezwaarverzekeringsartsen concludeerden echter dat er geen medische gronden waren om het eerdere standpunt te herzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat de maatstaf voor arbeid de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid is en dat de beperkingen van appellante voldoende waren meegewogen. Er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven het standpunt te wijzigen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering blijft gehandhaafd.