ECLI:NL:CRVB:2013:CA3202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering werkopdracht leidt tot weigering Ziektewet-uitkering
Appellant was sinds 2001 werkzaam als pizzabakker en meldde zich in maart 2008 ziek vanwege rugklachten. De bedrijfsarts achtte hem per juni 2008 geschikt voor zijn eigen werk drie uur per dag. Op 7 juni 2008 weigerde appellant de opdracht van zijn leidinggevende om pizza’s te bakken en het restaurant te verlaten, wat leidde tot ontslag op staande voet.
Het UWV weigerde een Ziektewet-uitkering vanaf 9 juni 2008 omdat appellant een benadelingshandeling had gepleegd door werkweigering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellant de opdrachten had geweigerd, wat het ontslag rechtvaardigde.
In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV een eigen feitenonderzoek had moeten doen en dat de procedure onredelijk lang duurde. De Raad oordeelde dat appellant de feiten erkende en dat de opdrachten redelijk waren. De Raad wees het beroep af en bevestigde de weigering van de Ziektewet-uitkering. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering vanwege werkweigering en benadelingshandeling.