ECLI:NL:CRVB:2013:CA2427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- E.J. Govaers
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bezwaarprocedure UWV
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV en vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn met ruim twee jaar was overschreden en kende een vergoeding toe van €2.000,- aan appellant. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van €500,- voor haar aandeel in de overschrijding.
In hoger beroep betwistte appellant dat zijn eigen procesgedrag mede oorzaak was van de overschrijding en vorderde een hogere vergoeding wegens de impact van de lange procedure. De Raad oordeelde dat de overschrijding niet aan appellant kon worden toegerekend, maar dat de reeds toegekende vergoeding passend was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 juni 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de schadevergoeding van €2.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt bevestigd.