ECLI:NL:CRVB:2013:CA1858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing compensatie afkoopsom oud-UWV-werknemer
Appellante was werkzaam bij het UWV en ging per 1 januari 2006 over naar de Belastingdienst, waarbij een afkoopsom werd toegekend ter compensatie van negatieve inschalingsgevolgen. Zij ontving in januari 2006 een afkoopsom en berustte in het besluit van 2 juni 2006 waarin de eindafrekening werd vastgesteld.
In 2010 oordeelde de Raad in soortgelijke zaken dat een foutief percentage bijzonder tarief was toegepast, leidend tot nabetalingen aan collega’s. Appellante ontving uit coulance een tegemoetkoming van € 500,- bruto, maar haar bezwaar tegen deze beperkte vergoeding werd door de staatssecretaris afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Er is geen rechtsregel die de staatssecretaris verplicht tot verdere compensatie, de discretionaire bevoegdheid is terughoudend getoetst en het beroep op het convenant van 2005 faalt omdat individuele aanspraken aan besluiten en voorschriften zijn verbonden.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beperkte coulancevergoeding van € 500,- bruto wordt bevestigd.