ECLI:NL:CRVB:2004:AR5648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende herziening bezoldiging ambtenaar Belastingdienst
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, vorderde herziening van zijn bezoldiging met terugwerkende kracht tot 1 januari 1990, naar aanleiding van uitspraken van de Raad van 8 september 1994 die de juiste inschaling voor groepsfunctie F verduidelijkten.
De Staatssecretaris van Financiën had reeds per 1 oktober 1994 een herziening doorgevoerd, maar weigerde verder terug te gaan omdat eerdere besluiten rechtens onaantastbaar zijn. Appellant stelde dat toezeggingen van de afdeling P&O hem hadden weerhouden bezwaar te maken en dat hij gelijk behandeld moest worden als anderen die wel volledige terugwerkende kracht kregen.
De Raad oordeelde dat de weigering om verder terug te komen niet onredelijk was en dat de uitspraken van 8 september 1994 geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormen die herziening rechtvaardigen. Tevens was er geen bewijs van bindende toezeggingen of dat appellant was afgehouden van bezwaar. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Alkmaar werd bevestigd.
De Raad wees ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af en benadrukte het belang van rechtszekerheid en het respecteren van rechtens onaantastbare besluiten in ambtenarenbezoldiging.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering om verder terug te komen dan 1 oktober 1994 op bezoldigingsbesluiten van appellant.