ECLI:NL:CRVB:2003:AF6575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag individueel arbeidspatroon 4x9 uur bij politie
Appellant, een medewerker basispolitiezorg, vroeg op 7 juni 1999 om zijn arbeidspatroon vast te stellen op vier werkdagen van negen uur (4x9-variant). Deze aanvraag werd door de korpsbeheerder afgewezen en de afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de korpsbeheerder niet verplicht is dergelijke aanvragen zonder meer te honoreren, maar een belangenafweging mag maken tussen dienstbelang en het belang van de ambtenaar.
Namens gedaagde werd gesteld dat er een helder beleid is afgesproken met de ondernemingsraad, waarbij geen arbeidsmodaliteit is uitgesloten, maar de diensten efficiënt en zonder overlap worden gepland. Het honoreren van het verzoek zou leiden tot inefficiëntie door overlapping van diensten. Het verzoek van appellant was gebaseerd op de wens voor herkenbare vrije tijd, wat onvoldoende zwaar woog tegen het dienstbelang.
De Raad overwoog dat de korpsbeheerder op grond van het Besluit algemene rechtspositie politie, de Arbeidstijdenwet en beleidsregels zoals de Notitie flexibilisering, bevoegd is de arbeids- en rusttijden vast te stellen met het oog op flexibele en efficiënte bedrijfsvoering. De 4x9-variant is een toegestane modaliteit, mits deze geen inbreuk maakt op de bedrijfsvoering. In dit geval was er geen sprake van bijzondere persoonlijke omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en bevestigde de uitspraak. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De afwijzing van het verzoek blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om een individueel arbeidspatroon van vier werkdagen van negen uur wordt bevestigd vanwege het zwaarder wegen van het dienstbelang.