ECLI:NL:CRVB:2013:CA1543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde vaststelling inburgeringsvoorziening door Drechtstedenbestuur
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van 6 juli 2010 waarbij de inburgeringsvoorziening was vastgesteld en gehandhaafd door de Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden. De Centrale Raad van Beroep onderzocht of het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht de bevoegdheid tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening op grond van de Wet inburgering (Wi) rechtsgeldig had gedelegeerd aan het openbaar lichaam Drechtsteden.
De Raad concludeerde dat ondanks het standpunt van het Drechtstedenbestuur geen besluit van het college was overgelegd waaruit blijkt dat deze bevoegdheid was gedelegeerd. De Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden vermeldde wel dat taken kunnen worden gedelegeerd, maar het vereiste besluit van het college ontbrak. Hierdoor was het bestreden besluit onbevoegd genomen.
Gelet op deze onbevoegdheid vernietigde de Raad het bestreden besluit van 6 juli 2010 en herroept het besluit van 24 maart 2010. Tevens werd het betaalde griffierecht door het Drechtstedenbestuur vergoed. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 mei 2013.
Uitkomst: Het besluit van 6 juli 2010 is vernietigd wegens onbevoegdheid en het besluit van 24 maart 2010 is herroepen.