ECLI:NL:CRVB:2013:CA1508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering te hoog ontvangen bijstand wegens niet-volledige korting WW-uitkering
Appellant ontving vanaf april 2009 een WW-uitkering en bijstand. Het dagelijks bestuur stelde vast dat de WW-uitkering volledig op de bijstand had moeten worden gekort, wat niet volledig was gebeurd. Hierdoor ontving appellant te veel bijstand over de periode januari tot en met april 2010.
Het dagelijks bestuur herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €1.985,28 terug. Appellant voerde aan dat het bedrag te hoog was en dat slechts tot het bedrag van de UWV-vordering (€1.258,30) mocht worden teruggevorderd, verminderd met een vergoeding van €505,54. Tevens stelde appellant dat er dringende redenen waren om de terugvordering te matigen.
De Raad oordeelde dat de WW-uitkering als inkomen moet worden aangemerkt en dat het dagelijks bestuur bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. De berekening van het terugvorderingsbedrag was voldoende inzichtelijk gemaakt. De door appellant aangevoerde argumenten faalden, en het hoger beroep werd afgewezen. Het dagelijks bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het terugvorderingsbedrag van €1.985,28 blijft in stand.