ECLI:NL:CRVB:2013:CA0958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ontheffing inburgeringsplicht wegens medische gronden
Betrokkene, een Marokkaanse vrouw woonachtig in Nederland sinds 2005, vroeg ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van ernstige psychiatrische beperkingen. Een medisch advies van een GGD-arts concludeerde dat betrokkene op dat moment forse beperkingen had, maar dat binnen vijf jaar het inburgeringsexamen haalbaar bleef. Het college Rotterdam weigerde ontheffing op basis van dit advies.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de onzekere prognose met mogelijke verbetering niet als lichte aanpassing in het voorbereidingstraject kon worden aangemerkt. Het college nam een nieuw besluit waarbij ontheffing werd verleend, waartegen hoger beroep werd ingesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college zich terecht op het medisch advies mocht baseren, dat deskundig en zorgvuldig was opgesteld. Betrokkene heeft onvoldoende onderbouwd dat zij binnen vijf jaar het examen niet kan halen. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en vernietigt het besluit van 1 augustus 2011. Betrokkene staat vrij een nieuw verzoek in te dienen.
De Raad benadrukt dat het college de ontheffing slechts mag verlenen indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat het examen niet binnen vijf jaar kan worden behaald. De beoordeling moet gebaseerd zijn op een onafhankelijk medisch advies dat zorgvuldig is opgesteld. De Raad wijst tevens op het belang van een zorgvuldige procedure en het recht van betrokkene om mee te werken aan onderzoek.
Tot slot wordt het besluit van 1 augustus 2011 vernietigd omdat de grondslag daarvan is komen te vervallen door de vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van 1 augustus 2011 vernietigd.